HomeHet PlanVraag en AntwoordHet OntwerpVergelijkingNieuwsWie zijn WijContact

Blog

Artikel AD Rotterdams Dagblad - Architectuur met 'n missie

29-10

Met de Kuip, Van Nelle Fabriek, imposante graansilo's en experimentele woningbouw drukten Brinkman & van der Vlugt een moderne stempel op vooroorlogs Rotterdam. Meer dan een halve eeuw na hun dood worden de baanbrekende architecten postuum gelouwerd. Met een vuistdik boek én een nominatie voor een plekje op de werelderfgoedlijst.

Het wachten duurde jaren, maar 'het juiste moment' is nu dichtbij. Nederland draagt de Van Nelle Fabriek in Rotterdam volgend jaar voor voor de werelderfgoedlijst van Unesco. Maar eerst moet een gedegen nominatie geschreven worden voor het glaspaleis in Spangen. De presentatie van het boek Brinkman & Van der Vlugt Architecten, op 31 oktober, is daar het startsein van.

"Het is een toevallige samenloop van omstandigheden" zegt auteur Joris Molenaar. De Rotterdamse architect doet al dertig jaar onderzoek naar Michiel Brinkman (1873-1925), zijn zoon Jan (1902-1948) en Leendert van der Vlugt (1894-1936). Dat bleek niet eenvoudig aangezien de archieven van de architecten deels verdwenen bij verhuizingen in en na de oorlog en de watersnoodramp. Het boek is er uiteindelijk toch gekomen. "Al benn ik nog altijd verbaasd dat niemand me voor was."

Schoonheid

Molenaar (56) kan zich nog goed heugen hoe hij zich voelde toen hij voor het eerst voor de Van Nelle Fabriek stond. Hij was student en een bezoek aan 'Mooie Nel' was vaste prik op de architectuuropleiding aan de TU Delft. Het icoon van glas en staal, waar decennia lang pakjes shag, koffie en gebroken thee van de band rolden, maakt diepe indruk.

"Wat een schoonheid. De rillingen liepen over mijn rug," zegt hij. "Het pand dateert van 1929, maar zou ook gisteren gebouwd kunnen zijn."

Brinkman & Van der Vlugt waren met hun luchtige ontwerp hun tijd ver vooruit. Maar het pand was er nooit gekomen zonder de idealistische opdrachtgever Cees van der Leeuw, directeur van de Van Nelle Fabriek. Hij bood zijn arbeiders niet alleen licht en ruimte, maar ook douches, een bibliotheek en sportvelden. Want wie onder goede omstandigheden werkt, presteerd beter, was de gedachte.

"Van der Leeuw maakte deel uit van een groep opdrachtgevers die in 1918 de Vereniging Nieuw Rotterdam oprichtte. Daarin zaten veel zakenlieden en bankmensen die zich verantwoordelijk voelden om de stad te vernieuwen," vertelt Molenaar. De haven groeide in die tijd als kool, maar de stad was stil blijven staan. Het enige antwoord op de groei van de bevolking was speculatiebouw. "Daar wilde Nieuw Rotterdam een alternatief voor bieden. Met woningen en fabrieken die niet alleen modern en gezond waren, maar ook mooi en comfortabel."

Missie

Of het nou gaat om de Van Nelle Fabriek, het Justus van Effenblok in Spangen, de woonblokken aan de Mathenesserweg en het Mathenesserplein of de modernistiche witte villa's van het Museumpark, de ontwerpen van Brinkman en Van der Vlugt zijn meer dan architectonische parels. "Het zijn voorbeelden van een streven naar moderniteit aan het begin van de vorige eeuw. De opdrachtgevers hadden een missie: Ze wilden de levensomstandigheden van de stad verbeteren. Nu vinden we het misschien betuttelend, maar honderd jaar geleden was dat hard nodig."

De nominatie van de Van Nelle Fabriek voor de werelderfgoedlijst is wat Molenaar betreft niet alleen een bekroning voor de architecten, maar vooral ook voor Rotterdam. "Het bevestigt Rotterdam als metropool van moderniteit. De Van Nelle Fabriek is een fantastisch voorbeeld van herbestemming van een gebouw. Het laat zien dat oude gebouwen geen blok aan het been hoeven te zijn."

Molenaar, gespecialiseerd in de renovatie van jonge monumenten waaronder het Justus van Effen-blok, het kantoor van de Van Nelle Fabriek en museumwoning Huis Sonneveld in het Museumpark, hoopt dat de nominatie een inspiratie is om beter te kijken naar bestaande kwaliteiten in de stad en hoe die te behouden. Niet voor niets maakt hij deel uit van iniatiefgroep ReddeKuip. "De Kuip is zo licht en stralend. En dan die vloeiende ovale vorm, dat was heel bijzonder toen het werd neergezet en is dat nog steeds" stipt hij aan.

Een gebouw kun je de Kuip nauwelijks noemen. "Het is meer een stellage. Daarom kun je er moeilijk iets anders van maken dan een stadion, je kunt er vooral goed in voetballen. Daarom moet Feyenoord er gewoon in blijven spelen. Het zou een schande zijn als zo'n bijzonder bouwwerk stilzwijgend zijn functie verliest en verloren gaat."


Wij danken:

  • Jana & fr12 voor de foto's van de huidige Kuip.
  • Robin voor het ontwikkelen van de website.
  • DPI voor de impressies van de vernieuwde Kuip.