HomeHet PlanVraag en AntwoordHet OntwerpVergelijkingNieuwsWie zijn WijContact

Blog

Red De Kuip van de sloopkogel

29-04

Laat de Rotterdamse gemeenteraad alsjeblieft niet besluiten een nieuw Feyenoordstadion te bouwen. Pas hem aan, maar hou de goede oude Kuip in ere, betoogt Erwin Eekelaar.

Vier jaar geleden werd de mooiste gesloopte kerk van Nederland gekozen. De Rotterdamse Koninginnekerk van architect Michiel Brinkman eindigde als eerste. In 1972 vonden velen de sloop van die kerk ook al barbaars. Dat Rotterdammers zoiets niet vergeten, blijkt uit die verkiezing in 2013.

Vijfenveertig jaar na de sloop van de Koninginnekerk besluit de Rotterdamse gemeenteraad waarschijnlijk nog een Rotterdams architectonisch icoon te slopen: De Kuip. Immers, op 11 mei komt de gemeenteraad bijeen om te besluiten over de bouw van een nieuw voetbalstadion. Zo’n nieuw stadion zal de sloop van het huidige Stadion Feijenoord inluiden. Het stadion dat tussen 1935 en 1937 door nota bene Michiel – Koninginnekerk – Brinkmans zoon Jan werd ontworpen, samen met Leen van der Vlugt.

Zonder enige twijfel is De Kuip het mooiste stadion van Nederland en ver daarbuiten. De sfeer wordt ook vandaag de dag geroemd; topvoetballers dromen ervan hier te spelen. Niet voor niets zijn de succesvolste stadions van Europa, denk aan Camp Nou, Bernabéu en San Siro, op de fantastische vorm van De Kuip gebaseerd. En zijn deze stadions gesloopt? Integendeel! Ze zijn met hun tijd meegegroeid en diverse malen uitgebreid en gemoderniseerd.

Stichting Red de Kuip, waar ik deel van uitmaak, heeft in 2014 een plan voorgelegd om De Kuip te moderniseren. Hierin stellen we onder meer voor om een derde ring uit te breiden met 63.000 comfortabele stoelen, om roltrappen en liften aan te brengen, een schuifdak en de nodige vierkante meters om vips en zakenmensen te ontvangen. Door meer en betere voorzieningen pal achter elke tribune te maken, worden de wachtrijen minder lang.

De modernisering zal slechts twee jaar duren, de veiligheid is al die tijd gewaarborgd en datzelfde geldt voor de zichtlijnen op het veld. Ten slotte heeft TNO in aanvullend onderzoek overtuigend de lange levensduur van de huidige Kuip-constructie aangetoond.

Met voetbal heeft het niets te maken

Al in 2014 heeft stichting Red de Kuip de financiering van 200 miljoen rond gekregen – in tegenstelling tot die voor de bouw van het nieuwe Feyenoord City. Desalniettemin wil de Feyenoord-organisatie voor nieuwbouw gaan. Maar nieuwbouw zal niets oplossen. Sterker, het zal juist problemen creëren.

Het nieuw te bouwen Feyenoord City, dat op Zuid moet komen, zou alle problemen daar oplossen. De plannen van Feyenoord City zijn wensdenken ten top. Naast het nieuw te bouwen voetbalstadion moeten woningen komen, grote constructies over spoor en wegen, een shopping mall, een bierbrouwerij, een ‘sport experience’ en een atletiekbaan. Veel megastructuur en beton. Maar met voetbal heeft het niets te maken. Er is interesse uit de markt, zegt Feyenoord City dan – of het haalbaar is, daar hebben ze niet naar gekeken. Terwijl enige oplettendheid bij grote investeringen in vastgoed toch op zijn plaats is, dunkt mij.

Deze wilde plannen brengen de sloop van De Kuip bewust een stap dichterbij. Al is het maar omdat de directie van De Kuip, die overstapt naar het nieuwe stadion, doodsbenauwd is voor concurrentie van het eigen, oude, glorieuze stadion.

Dat bleek eerder, in 2012, toen de directie van De Kuip met Stichting Red De Kuip overlegde over een herbestemming van het stadion ‘zonder voetbal’. Toen ook sprak de directeur de legendarische woorden dat Feyenoord met De Kuip in het rechter rijtje van de eredivisie zou komen te spelen.

Al wordt de wedstrijd waarin Feyenoord kampioen kan worden – zondag 7 mei tegen Excelsior – op Woudestein gespeeld, die dag zal De Kuip zijn gelijk halen.

Bron: nrc.nl/nieuws/2017/04/28/hou-de-sloopkogel-weg-van-de-kuip-8460650-a1556429


Wij danken:

  • Jana & fr12 voor de foto's van de huidige Kuip.
  • Robin voor het ontwikkelen van de website.
  • DPI voor de impressies van de vernieuwde Kuip.