HomeHet PlanVraag en AntwoordHet OntwerpVergelijkingNieuwsWie zijn WijContact

Blog

Red De Kuip: verliezer en morele winnaar tegelijk

13-05

De kogel is door De Kuip en dan hebben we het uitdrukkelijk niet over de sloperskogel! Op 1 mei overhandigde de ‘Verkenners-Trojka’ (Wim van Sluis, Jos v.d. Vegt en Hans Vervat) hun eindrapport aan hun opdrachtgevers, de Stichting Feyenoord (SC Feijenoord, de BVO, het Stadion én vertegenwoordigers van de supporters). Hun advies luidt om het ‘vernieuwbouw’–plan van het Feyenoord Founders Consortium (BAM–AM–Siemens) in de komende maanden nader uit te werken, om tot een definitieve opdracht voor een geheel vernieuwd stadion te komen. Géén nieuwbouw dus, maar ‘vernieuwbouw’, een trendy term die blijkbaar acceptabeler klinkt dan renovatie. Hoe dan ook, een groot deel van De Kuip – vooral aan de binnenzijde – kan daarmee behouden blijven, inclusief de unieke sfeer. Daarmee is ook ´verliezend´ finalist ‘Red de Kuip’ tegelijkertijd een (morele) winnaar.

Op de persconferentie voor de presentatie van het eindadvies van de verkenners begon men met allereerst een groot compliment te geven aan de mensen van ‘Red de Kuip’. Aanvankelijk door de directies van Feyenoord en het stadion weggezet als een groepje tegendraadse amateurs met een irrealistisch plan dat - naar men zelf inmiddels wel schijnt te hebben toegegeven - indertijd terecht als onvoldoende werd afgewezen. Hun allereerste plan (€ 117 miljoen) was slechts een verbouwing en vertoonde in het begin nog veel onvolkomenheden. Maar terwijl de Feyenoord-directie aanvankelijk moeite had om hun eigen ‘fantastische’ plannen nog eens op realiteitswaarde tegen het licht te houden, was ‘Red de Kuip’ steeds bereid om naar de kritiek op hun ideeën te luisteren en de plannen ook dienovereenkomstig aan te passen en verder te verbeteren.

Hun argumenten en kundig uitgewerkte ideeën – hoewel nog lang niet volmaakt – waren zeker niet amateuristisch te noemen. Sterker nog, zij zorgden er voor dat ook andere gegadigden gedwongen waren om nog eens heel scherp en creatief naar hun eigen plannen te kijken en deze verder aan te scherpen. Het Nieuwe Stadion van Volker Wessels (> € 350 miljoen) werd zodoende omgevormd tot een ‘superKuip’, die plotseling nog maar € 265 miljoen hoefde te kosten (!?). Ook de BAM zag haar kans schoon om hun eerdere plan voor sloop en nieuwbouw op de huidige plek om te vormen naar een ‘vernieuwbouw’-plan, dat nu uiteindelijk de voorkeur lijkt te hebben gekregen op basis van prijs (€ 196 miljoen), een paar kwalitatieve, technische aspecten en vooral veel ervaring. In ieder geval lijkt hun nieuwe plan inderdaad zeer gedegen in elkaar te steken.

De complimenten aan ‘Red de Kuip’ zijn niet meer dan terecht, niet alleen omdat ze tot de laatste twee gegadigden voor de bouwopdracht hoorden, maar vooral omdat zij ervoor hebben gezorgd dat er in Rotterdam en omstreken een breed geloof en draagvlak ontstond voor een mogelijke gezonde financiële toekomst voor Feyenoord, met behoud van grote delen van de huidige Kuip (die nog lang niet ‘metaalmoe’ bleek te zijn). Dat deze complete vernieuwing van het stadion bovendien gepaard kan gaan met een veel lagere investering en daardoor substantieel lagere financieringslasten met zich meebrengt, is een belangrijk gegeven waar zowel de verkenners, als nu ook de Feyenoord-bestuurders terecht gevoelig voor blijken te zijn.

Verdiencapaciteit

Door geharde aanhangers van nieuwbouw (met een ‘Amsterdamse ochtendkrant’ als spreekbuis) wordt telkens gehamerd op de ‘verdiencapaciteit’ van een geheel nieuw stadion, die veel groter zou zijn dan van een vernieuwde Kuip. Feyenoord zou miljoenen per jaar mislopen, maar dat blijken meestal vooral ‘theoretische’ miljoenen te zijn. De meeste ‘super business’-modellen zijn vaak gebaseerd op imposante, maximale opbrengsten uit vele extra evenementen en activiteiten buiten het voetbal, die er nu weliswaar nog niet zijn, maar die er straks ‘beslist kunnen gaan komen’, natuurlijk alleen als je een gloednieuw superstadion neerzet (ja, ja).

Dergelijke businessmodellen baseren zich vooral op aannames, die meestal nog boterzacht zijn. Er zijn nu eenmaal niet zoveel grote evenementen in een jaar binnen te slepen en de concurrentie met Amsterdam ArenA, Gelredôme, Ahoy, Ziggodome , RAI en nog vele anderen, is zeer groot. Op papier zien dergelijke ‘externe’ opbrengsten er altijd zeer indrukwekkend uit, maar zij worden zelden waargemaakt. Hooguit kan het af en toe een aardige bonus opleveren, maar een betaald voetbalclub zou zich daar niet van afhankelijk moeten maken.

De omgekeerde vraag wordt vaak ook niet beantwoord: waarom zou een volledig naar de tegenwoordige maatstaven ge-update stadion miljoenen moeten mislopen? De betonnen ArenA heeft niet de beste klankkast en het Gelredôme met z’n rechte hoeken heeft belabberde zichtlijnen, maar lopen ze daarmee miljoenen mis? De ArenA is een van de weinige stadions ter wereld die – hoewel bescheiden – een positieve exploitatie weet te bereiken (die overigens ten bate komt van de ArenA zelf en niet van Ajax).

Anders gezegd: de verdienfactoren voor een stadion en een betaald voetbalclub zijn verschillend en zou men ook het beste gescheiden kunnen houden. Een stadion probeert te draaien op meerdere inkomstenbronnen, terwijl een gezonde BVO vooral moet draaien op de core-business van het voetbal: recettes, koop- en verkoop van (opgeleide) spelers, sponsoring en merchandising.

Stadionsponsor
Ook het missen van een grote sponsor - die zijn naam aan een nieuw stadion zou kunnen verbinden - zou in het nadeel spreken van een renovatievariant, maar ook dat valt te bezien. Sommige stadions hebben inderdaad een sponsornaam aangenomen (Allianz Arena, Emirates Stadium), maar bij de meeste grote clubs/stadions is dat niet het geval. Vooral bij de wat kleinere clubs draagt hun stadion soms een sponsornaam (die dan overigens regelmatig wisselt). Voor hen is elk miljoentje meegenomen en heeft een hoofdsponsor vaak zelf veel in de melk te brokkelen. Maar hoe groter de club en haar traditie, hoe minder we sponsornamen tegenkomen in de naam van het stadion (genoemde uitzonderingen daargelaten). Bernabeu, Camp Nou, Old Trafford en vele anderen piekeren er niet over om hun aansprekende naam aan een sponsor te verkopen. Zelfs Stamford Bridge zal toch niet gauw het 'Abramovich Stadium' gaan heten. Bovendien, formeel heet het stadion in Rotterdam Zuid gewoon Stadion Feijenoord en is De Kuip slechts een bijnaam. Hoewel liever niet, maar het zou eventueel nog altijd het.....- stadion ‘De Kuip’ kunnen gaan heten.

Tot zover enkele potentiële, maar dus nog lang niet zekere, opbrengsten. Van de andere kant krijgt men bij een nieuw stadion, door de hogere investering (zo’n € 65 miljoen meer dan bij ‘vernieuwbouw’) te maken met fors hogere vaste financieringslasten (rente & aflossing). In tegenstelling tot de inkomstenkant is dat nou juist wél een zekerheidje en helemaal niet zo’n prettige.

Feyenoord heeft de afgelopen jaren de gevolgen van grote financiële risico’s aan den lijve ondervonden. Het getuigt van realiteitszin dat de verkenners zich niet hebben willen blind staren op de opbrengstmaximalisatie van een nieuw stadion. Zij zijn vanuit een ander uitgangspunt begonnen met de vraag: áls er mogelijkheden zijn om (delen van) de Kuip te behouden, zijn die dan toereikend en is een gezonde financiële toekomst van de club daarmee gewaarborgd? En daarmee ook het voetbaltechnische niveau van de club, te weten: de top drie van Nederland en af en toe kunnen meedoen in Europa? Meer zit er ook niet in en dat hoeft ook niet. Het antwoord op bovenstaande vraag is kennelijk vooralsnog bevestigend en daar zal men in Rotterdam-Zuid blij om kunnen zijn.

Buitenschil belangrijk
Natuurlijk moet een toekomstig stadion voor Feyenoord inderdaad een grote financiële sprong voorwaarts mogelijk maken, doch de commerciële basis hiervoor is enerzijds de capaciteitsuitbreiding van 51.000 naar 70.000 toeschouwers en anderzijds de extra faciliteiten, die vooral dicht bij het voetbal moeten liggen, zoals business units (90), business seats (6300), horeca, zakelijke ruimtes en bijeenkomsten, winkels, merchandising, e.d. Bij elk modern stadion dient daarvoor tegenwoordig de zogenaamde ‘buitenschil’ en hier komen we bij een belangrijke verklaring waarom een financieel gezonde toekomst goed gecombineerd kan worden met behoud van De Kuip.

Het stadion is namelijk geconstrueerd uit betrekkelijk ‘losse onderdelen’, te weten:
het veld (een ‘losse bak’), de tribunes (de binnenring), het dak (in de jaren negentig van buitenaf om de Kuip heen gebouwd) en het Maasgebouw, als een stukje buitenschil dat nu nog geheel los van het stadion staat. Dit gebouw wordt in de plannen vervangen door een sterk geïntegreerde buitenschil aan twee zijden, waarin alle aanvullende commerciële activiteiten - zoals horeca - in meer dan voldoende mate kunnen plaatsvinden, op zeer korte aftand van de tribunes. Alle benodigde faciliteiten voor toeschouwers en zakelijk publiek zal dan ook geheel volgens de eisen van deze tijd zijn.

Het bijzondere is nu dat de diverse delen van het stadion - hoewel beter geïntegreerd - nog altijd onafhankelijk van elkaar worden gebouwd en geconstrueerd. Dat betekent voor de verdere toekomst dat het steeds weer mogelijk blijft om bepaalde onderdelen te vernieuwen en te verbeteren, waarbij de rest van het stadion redelijk intact kan blijven.

Daarmee is ook meteen de vraag getackeld of de levensduur een vernieuwde Kuip niet beperkt blijft tot 25 of 30 jaar. Tegen die tijd is het nog steeds mogelijk om weer bepaalde gedateerde delen (tribuneringen?) van binnenuit te vernieuwen en te verbeteren, wanneer dat nodig mocht zijn. Overigens wordt in de plannen van de BAM de tweede ring nu uitgebreid en worden de huidige kuipstoeltjes vervangen, zodat men ietsje minder compact komt te zitten. De vraag of men dan aan het einde van de tweede ring niet te ver van het veld komt te zitten, is nog een punt van discussie, want in het Plan van ‘Red de Kuip’ ging men uit van een derde ring, ook weer apart geplaatst in combinatie met de dakconstructie. Feyenoord heeft er dus geluk bij dat De Kuip geconstrueerd is in stukken en dat biedt flexibiliteit en mogelijkheden.

Behoud van ruimte in de omgeving
Bijkomend voordeel van ‘vernieuwbouw’ is het feit dat men zich geen hoofdbrekens hoeft te maken, wat er eventueel met de oude, lege Kuip zou moeten gebeuren (monument, sloop, herbestemming?). Dat het stadion ook op zijn huidige plaats blijft, brengt veel vereenvoudiging met zich mee bij de nadere inrichting en ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving.

Een vernieuwing van Varkenoord (opleiding- & trainingscentrum voor de jeugd) en een verdere ontwikkeling van het omliggende gebied - zonder een dubbele footprint van twee stadions - biedt zodoende veel meer mogelijkheden voor de overige ruimtelijke inrichting en ontwikkeling, inclusief verbeteringen aan de verkeersituatie, parkeermogelijkheden, etc. Terwijl men langzaam uit de economische crisis kruipt, kunnen bouwers/ontwikkelaars (dus ook Volker Wessels) zich volop storten op de uitdagingen die er nog liggen in de naaste omgeving. De zuidelijke oevers van de Nieuwe Maas zijn namelijk nog lang niet af.

Dit brengt ons op de betrokkenheid van de gemeente Rotterdam. Behalve ‘Red de Kuip’ speelde toch ook de weigering van de gemeenteraad in juli 2013 om te komen tot een garantiestelling voor € 162 miljoen, een grote rol. Als de gemeenteraad – ook in nieuwe samenstelling – haar verantwoordelijkheid neemt, zou zij er goed aan doen om de gemeente actief te laten participeren in het project. Gesproken wordt over een aandeel (winstgevend) van € 35 miljoen, wat niet eens zo veel is, maar van groot belang voor de economische en sociale versterking van Rotterdam Zuid. Participatie van de gemeente is ook in het belang van een vruchtbaar vervolg van het hele (ver)bouwproces.

Vervolgproces
In dat kader is ook een continuering van de betrokkenheid van de ‘Trojka’ zeer aan te bevelen. Zij hebben vooral laten zien, dat ze een goede en positieve rol kunnen spelen als procesbegeleiders tussen de vele partijen en belangen. Zoiets kan men altijd goed gebruiken, niet alleen bij verkenningen, maar ook bij de uiteindelijke projectbegeleiding.

Tenslotte nog even terug naar Red de Kuip. Zij hebben zich direct goede verliezers getoond, door de FFC te feliciteren. Waarbij ze natuurlijk ook benadrukken dat hun belangrijkste doel in elk geval bereikt is. Ze hebben zich opnieuw constructief opgesteld en zouden als klankbord, of adviseur nog een zeer nuttige rol kunnen spelen bij het vervolgproces. Misschien dat de ingenieurs van BAM nog tot een paar laatste optimaliseringen kunnen komen dankzij bepaalde creatieve ideeën uit de plannen van Red de Kuip. Het zou Feyenoord sieren als zij hen daadwerkelijk zouden uitnodigen om aan tafel te blijven zitten, als prijs voor de morele winnaar.

Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat-/ discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907/06-5335 5755.

Bron: sportknowhowxl.nl/alleen-op-de-wereld/9035 (door Jeroen van Tets)


Wij danken:

  • Jana & fr12 voor de foto's van de huidige Kuip.
  • Robin voor het ontwikkelen van de website.
  • DPI voor de impressies van de vernieuwde Kuip.