HomeHet PlanVraag en AntwoordHet OntwerpVergelijkingNieuwsWie zijn WijContact

Blog

De Kuip, een stadion dat niet meer wilde stoppen met juichen

02-05

Column Sjoerd Mossou - Ad.nl Rotterdam - De eerste keer dat ik een voetbalstadion hoorde juichen, met eigen oren, was in 1989. Bij NAC - Cambuur. Ik schrok me lam van het geluid, want bij ons in de straat had je dat niet, mensen die opeens allemaal onverstaanbare dingen begonnen te schreeuwen, laat staan met tienduizend tegelijk.

De eerste keer dat ik een voetbalstadion hoorde juichen, met eigen oren, was in 1989. Bij NAC - Cambuur. Ik schrok me lam van het geluid, want bij ons in de straat had je dat niet, mensen die opeens allemaal onverstaanbare dingen begonnen te schreeuwen, laat staan met tienduizend tegelijk.

In een stadion dat verpletterend juicht, waan je je in een soort afgesloten koepel van kabaal. Het is nog onmogelijk te bepalen waar alle afzonderlijke kreten vandaan komen - en als het goed is hoor je jezelf niet meer. Je stem slaat over in valse keelklanken, schrapend en schurend, en niemand die het ooit weten zal.

Een juichend stadion geeft een fijn geluid, behalve uiteraard als je tot de tegenpartij behoort. Dan wil je het volume uit zetten - en snel graag. Alsof je moeder, midden in een gesprek, pal naast je oor begint te stofzuigen. Niets wil je liever dan dat het ophoudt.

Er is de laatste jaren veel onrecht gedaan aan het oergeluid van een exploderend stadion. Dat komt door die jingles na een doelpunt. Jolige deuntjes die het geluid van een uitzinnig publiek overstemmen, in een poging wat extra sfeer en vreugde te scheppen. Maar juist jingles verstoren de magie van een intiem, doch groots geluid.

(Bij AZ zijn ze het ergst. Daar staat de dreunmuziek na een goal zo ongenadig hard, dat het als publiek onmogelijk is om er nog enigszins bovenuit te komen. De Alkmaarse deejay draait liefdeloos het geluid van gelukkige mensen weg, in ruil voor een stampbeat. Ook Vitesse is, in dit opzicht, heel erg.)

Hoe lang de eerste collectieve brul precies aanhoudt, hangt meestal af van de urgentie van het doelpunt. Bij de 3-0 sterft het geluid doorgaans wat sneller weg dan bij een 4-3 in de laatste minuut. En ook per club wil het nogal verschillen, per juichende toeschouwer gemeten, al heb ik niet gelijk hard wetenschappelijk bewijs dat die stelling onderbouwt.

De Arena juichte volgens mij nooit zo verpletterend als een jaar geleden, bij de titelontknoping tussen Ajax en FC Twente. Het beton kwam zowaar tot leven, na alle opgepompte spanning in de dagen daarvoor - en de galmbak mocht zich definitief een voetbalstadion noemen.

Maar toch, je ontkomt weer niet aan de Kuip, in een stukje over stadiongeluid. Het wordt een cliché onderhand, het geleuter over dat stadion, ik weet het, maar u had het echt moeten horen, afgelopen zondagmiddag.

Het was alsof de aarde bromde en beefde. Dat geluid toen het schot van Otman Bakkal in het doel suisde; zo ongeveer moet een oerknal klinken. Eén lange woeste brul. Over elkaar heen tuimelende mensen. Gegil en geschreeuw. Volksdans. Een pogo zonder weerga.

Wat het zo bijzonder maakte, was dat het groepsgebrul oneindig lang leek te duren. Een volle minuut, minstens, op een waanzinnig volume. Er kwam geen eind aan. Slechts de klanken van de Hermes House Band verstoorden het geluid van een stadion dat niet meer wilde stoppen met juichen.

Bron: Ad.nl (door Sjourd Mossou)


Wij danken:

  • Jana & fr12 voor de foto's van de huidige Kuip.
  • Robin voor het ontwikkelen van de website.
  • DPI voor de impressies van de vernieuwde Kuip.